Irene Coppens, lerares aan de huishoudschool, hertrouwt na de dood van haar man Firmin met Benoit Verbist, uitbater van een SPAR-winkel. In het huis worden een nieuwe keuken en badkamer geïnstalleerd. Irene trekt bij hem in. Eerst kan ze de onhebbelijkheden van Benoît nog vlot overpraten, maar de kwellingen gaan van kwaad tot erger. En het komt tot de verdeling van het huis. Kan goede wil op tegen het ouder worden? Overwint liefde de gaten in het geheugen?