Volgens een bekende anekdote zou Plato na zijn eerste ontmoeting met Sokrates zijn gedichten in het vuur gegooid hebben. In zijn filosofische geschriften staat hij ook zeer kritisch, zelfs vijandig tegenover de poezie. Deze houding van Plato is vaak en op verschillende manieren door kenners van de Griekse wijsbegeerte verklaard.
In 'Het medium van de waarheid' overdenkt essayist/filosoof Cornelis Verhoeven de problematiek opnieuw. Zijn stelling luidt dat Plato's afrekening met de poezie niet tot stand kwam op grond van bepaalde filosofische inzichten, maar zijn bekering tot de filosofie aangeeft: 'in de verbranding (...) maakt de jeugdige Plato op symbolische manier een verleden ongedaan en brengt hij een knik aan in de lijn van zijn geschiedenis'.
Over de precieze betekenis van deze knik, meer in het bijzonder de concurrerende betrekkingen tussen poezie en filosofie, gaan Verhoevens beschouwingen, die vooral een bijdrage tot discussie willen zijn. Het boek stelt ontegenzeglijk eisen aan de lezer, maar vereist geen specifieke voorkennis. Alle citaten uit Plato zijn van een heldere vertaling voorzien.