Een verhalenbundel met 10 onthutsende, verrassende, en verbijsterende verhalen van veelbelovende, talentvolle schrijvers:
Mike Peek: De angstwinkel
Jacquelien Vroemen: De schat
Anne ter Beek: De verjaardag van Nina
Lisette van Elk: Het perfecte weekend
Joyce Willemse: De brief
Henk de Kruyff: Het Kwaad
Jaap Boekestein: Walter Scholkamps vrouw
Lisanne Ortsen: Twee gezichten
Conny Hoogendoorn: De strop
Femmy Fijten: Maxima cum laude
Uit Trefpunt april 2013:
De Houtense Conny Hoogendoorn schrijft pas betrekkelijk kort. Als zelfstandig ondernemer ontbrak eenvoudigweg de tijd. Toen haar oudste zoon bij haar en haar man in het bedrijf kwam, kreeg zij wat meer ruimte. “En hoe heerlijk was dat”, roept ze spontaan, “ Ik hield mijn boeltje bij, las zomaar maar midden op de dag een boek en mailde mijn vrienden wat vaker. Tot mijn verrassing werden mijn praatjes op prijs gesteld; vooral de wat langere, waarin ik vertelde over wat mij bezig hield. Joh, je moet verhalen gaan schrijven, hoorde ik regelmatig.” Het gebeurd steeds vaker dat haar zoon en echtgenoot op de zaak waren en zij alleen thuis was. Voor haar een nieuwe situatie, ze waren gewend altijd samen te werken. De verveling sloeg soms toe en dan stuurde ze haar man een mailtje. Gewoon wat dingetjes, die ze vroeger tussen de bedrijven door besproken. Maar veel effect had het niet, het duurde vaak wel een dag voordat hij het eindelijk las. “Zo boeiend vond hij het blijkbaar niet wat ik schreef, want zijn antwoord bestond meestal maar uit twee of drie regels”, vervolgt ze glimlachend. "Ik besloot daar verandering in te brengen. Mijn kletspraatjes veranderden in kleine, ondeugende fantasietjes. En geloof me, dat hielp. Hij checkte zijn mail regelmatig, reageerde enthousiast en mijn vertellingen werden steeds uitdagender. Het werden lange, uitgewerkte vertelsels, de kurk was uit de fles.” Toen haar man vorig jaar opperde eens aan een wedstrijd mee te doen, volgde ze zijn advies op, maar verwachtte niets van haar inzending. Tot haar grote verrassing bleek ze echter gewonnen te hebben. Ze deed nog een paar keer mee en iedere keer was het raak. Eén en ander resulteerde in 7 verhalenbundels in 7 maanden tijd. Haar bijdrage aan ‘Niets is wat het lijkt’ heet ‘De Strop’ en is een meeslepend verhaal over de Larense Eva en Victor, twee goed uitziende jonge galeriehouders en Augustijn M. van Bevermeule van Oldenvoorde, kortweg Stijn, een aantrekkelijke bankier. Hun contact zou louter zakelijk moeten zijn, maar is het beslist niet. De erotiek spat er van af. De ontknoping is bijzonder verrassend. Een aanrader, net als de andere verhalen in deze spraakmakende verhalenbundel.